Mediaconsumptie van alle Nederlanders is aan het verschuiven in 2025. Traditionele kanalen maken plaats voor digitale kanalen. Dat is voor veel mensen geen nieuws. Maar het is wel goed om te kijken naar de cijfers. Wij maakten op basis van een aantal rapporten een lange analyse over het mediagedrag van Nederlanders en kijken naar: luisteren (radio en podcasts), kijken (van tv, streamen en Youtube) en lezen (van print en schermen).
Online mediagebruik wint terrein
De meeste Nederlanders zijn dagelijks online. Ze kijken, luisteren en lezen. Je ziet dat over de periode tussen 2023 en 2025 het kijken is toegenomen. Ook zijn Nederlanders meer gaan luisteren. Lezen is relatief stabiel gebleven. Opvallend is dat de leeftijdsgroep tussen de 20 en 34 jaar grootverbruikers zijn, vooral op het beid van kijken en luisteren. De doelgroep tussen 35 en 64 leest het meest.
Meest favoriete online activiteiten zijn: informatie zoeken, chatten, het gebruik van social media, weersites checken en online nieuws lezen. Toch zie je een groot verschil in het gedrag van verschillende leeftijdsgroepen:
Doelgroep 13-19 jaar: gamen en muziek
Tieners besteden de meeste tijd online aan kijken en luisteren. Dagelijks kijken (denk Youtube) groeit van 52% in 2023 naar 55% in 2025. Dagelijks luisteren (denk aan Spotify) groeit van 55% in 2023 naar 59% in 2025. Slechts 26% van tieners leest dagelijks in 2025 (dat was 25% in 2025). De belangrijkste activiteiten van tieners zijn: Online gamen en spelletjes doen, online luisteren naar muziek en podcasts, AI toepassingen en -tools gebruiken, social media gebruiken en online kijken naar video. Deze groep scoort erg slecht op online nieuwsconsumptie.
Doelgroep 20-34 jaar: AI, muziek en video
Jongeren besteden van alle leeftijdsgroepen de meeste tijd online. Dagelijks kijken groeit van 59% in 2023 naar 67% in 2025. Dagelijks luisteren groeit van 58% in 2023 naar 65% in 2025. Lezen blijft relatief gelijk van 44% (2023) naar 46% (2025). De belangrijkste activiteiten van deze doelgroep is: het gebruik van Ai-toepassingen en -tools, online muziek en podcasts luisteren, online video kijken, online shoppen, gebruik van social media en chatten. Ook deze groep scoort slecht op online nieuwsconsumptie via digitale kranten of apps.
Doelgroep 35-49 jaar: shoppen en streamen
Je ziet bij deze doelgroep dat de balans tussen online lezen, kijken en luisteren verandert. Waar jongeren weinig lezen en veel kijken en luisteren, slaat de balans bij deze middelste generatie om. Deze doelgroep leest dagelijks het meest online van alle generaties, van 55% in 2023 naar 60% in 2025. Dagelijks kijken groeit van 50% (2023) naar 60% (2025). Dagelijks luisteren groeit van 45% (2023) naar 52% (2025). De belangrijkste activiteiten van deze doelgroep is: online winkelen, online films en video kijken, Ai-toepassingen en -tools gebruiken, online muziek en podcasts luisteren, kranten of nieuwssites lezen, informatie zoeken en chatten. Deze groep scoort het slechts op online gamen.
Doelgroep 50-64 jaar: nieuws en apps
De doelgroep van 50+’ers houdt ook erg van lezen online: 59% leest dagelijks. Deze groep van 50-64 jaar is dagelijks meer gaan luisteren: van 32% in 2023 naar 38% in 2025. Ook dagelijks kijken wordt populairder: van 30% (2023) naar 36% (2025). Belangrijkste activiteiten van 50+’ers zijn: online nieuws lezen, weer apps bekijken, online informatie zoeken, chatten, sportsites en – apps bekijken, en het gebruik van social media. Minst geliefde activiteiten van 50+’ers zijn: online films en video kijken en het gebruik van AI-tools. Opvallend is dat deze doelgroep nog meer gamet online dan naar video en audio luistert.
Doelgroep 65-80: nieuws en apps
Als laatste de ouderen. Deze groep is online het minst actief. 52% van ouderen leest online in 2025, in vergelijking met 49% in 2023. Slechts 21% luistert dagelijks (stabiel sinds 2023) en 21% kijkt elke dag online naar video en films. Dat percentage is gegroeid sinds 2023 (was 16%). Belangrijkste activiteiten van ouderen zijn: online nieuws lezen, weer apps bekijken, online informatie zoeken, gamen en spelletjes spelen, informatie zoeken en chatten. Het minst favoriet zijn het gebruik van AI-toepassingen en -tools en online winkelen.
In de grafiek hieronder zie je het mediagedrag van Nederlanders, onderverdeeld in leeftijd en naar verschillende activiteiten. Het gemiddelde is 100, cijfers lager dan 100 zijn lager dan gemiddeld, hoger dan 100: hoger dan gemiddeld.
Kijken: TV versus de streamers
Onderzoekers van het rapport NMO Mediatrends 2025 hebben gekeken naar het verschil in mediaconsumptie tussen TV kijken en streamen. Onder kijken berekenen de onderzoekers alles wat geconsumeerd wordt op het grote scherm in woon- of slaapkamer. Onder TV kijken valt alles wat lineair op TV wordt uitgezonden en alles wat binnen zes dagen uitgesteld wordt gekeken. Op een dag wordt er door de gemiddelde Nederlander 87 minuten live TV gekeken, 31 minuten uitgesteld gekeken en 76 minuten op een andere manier gekeken naar het grote scherm, zoals via streaming, dvd’s kijken of het gebruik van een set-up box. Als je deze cijfers vergelijkt met voorgaande jaren dan zie je dat het aandeel live tv kijken daalt van 108 minuten in 2022 naar 87 minuten in 2025. Het aandeel uitgesteld kijken blijft relatief gelijk. En het aandeel overig schermgebruik stijgt sterk van 43 minuten in 2022 naar 76 minuten in 2025. Ten opzichte van 2024 zijn Nederlanders in 2025 13 minuten minder langer gaan kijken op een dag.
Vooral 65+’ers kijken lineaire TV
Het zijn vooral de 65+’ers die de meeste lineaire TV kijken, 97% zegt dit te doen. Het aandeel online kijken/streamen van ouderen stijgt licht van 48% in 2023 en 52% in 2025. Bij de 50+’ers is het verschil tussen ‘ouderwets’ en ‘modern’ kijken minder groot: TV scoort 90% (4% daling ten opzichte van 2023) en online/streamen is 82% (4% stijging ten opzichte van 2023). Bij de doelgroepen onder de vijftig jaar zie je dat online kijken en streamen populairder is dan lineaire TV kijken. Bij de leeftijdsgroep 35-49 jaar is het gedrag tussen 2023 en 2025 stabiel. Jongeren tussen de 20-34 jaar zijn iets meer gaan streamen en iets minder lineair gaan kijken. Bij tieners is dit net anders. Ze zijn in 2025 3% meer lineaire TV gaan kijken en 1% minder gaan streamen, ten opzicht van 2023. De populairste streamers in Nederland zijn: Netflix (63,4%), Videoland (35%), Disney+ (25,1%), Amazone Prime Video (24,9%) en HBO Max (18,4%). De meeste Nederlanders hebben 4 of meer videodiensten (43%).
Luisteren: radio versus podcasts
Het luisteren naar traditionele radio neemt gestaag af. In 2023 luisterden 70% van Nederlanders naar de radio, in vergelijking met 65% in 2025. Het gebruik van online muziekdiensten, zoals Spotify steeg met 2% van 63% (2023) naar 65% (2025). Ook podcasts worden steeds populairder: 31% van alle Nederlanders luisterde in 2025 naar podcasts, vergeleken met 27% in 2023.
Als we kijken naar de populariteit van radio, dan zien we dat over alle leeftijdsgroepen teruglopen. Maar in de regel geldt: hoe ouder de Nederlanders, hoe meer radio ze beluisteren. Dat is niet zo met de online muziekdiensten. Spotify (en alternatieven) is veel populairder onder jongeren (84%) en daalt in populariteit, zodra consumenten ouder worden (naar slechts 33% bij 65+’ers). Datzelfde patroon zie je bij podcasts. Waar 44% van de 20+’ers graag naar podcasts luistert, daalt dit percentage naarmate mediaconsumenten ouder worden, naar slechts 16% van 65+’ers. Je ziet dat het gebruik van online muziekdiensten en podcasts bij alle nagenoeg leeftijdsgroepen stijgt, ten opzicht van 2023. Ook luistertijd groeit met de jaren. De doelgroep tussen 18-34 jaar luistert 78 minuten per dag. De doelgroep tussen 35-49 luistert 107 minuten per dag. De doelgroep tussen 50-64 luistert 150 minuten per dag en de 65+’ers luisteren 170 minuten per dag.
Lezen: kranten, magazines en huis-aan-huisbladen
Het rapport NMO Mediatrends 2025 heeft gekeken naar de manier waarop Nederlanders lezen in kranten, tijdschriften en huis-aan-huisbladen. Dit zijn mensen die aangeven het medium af en toe tot geregeld te lezen. Magazines bereiken 80% van alle Nederlanders. Huis-aan-huiskranten bereiken 45% van alle Nederlanders. Landelijke dagbladen bereiken 38% en regionale dagbladen bereiken 3% van alle Nederlanders van 13 jaar en ouder. Je ziet dat deze percentages in de afgelopen jaren zeer licht zijn gedaald, met uitzondering van de huis-aan-huis-kranten, waar een lichte stijging is te zien. We hebben het hier over slechts enkele procentpunten. Dus je kunt stellen dat het bereik van print in de periode 2023-2025 relatief stabiel is gebleven.
51% van alle Nederlanders geeft aan geen papieren abonnement te hebben op een dagblad. 38% heeft één abonnement en 11% heeft meerdere abonnementen. Als je kijkt naar de leesintensiteit dan liggen kranten en magazines heel dicht bij elkaar. Iets minder de helft van consumenten leeft drie kwart of meer van één krant of magazine. Iets minder dan de helft leest de helft tot bijna niet.
37% van Nederlanders heeft een ‘print-only’ magazine abonnement
Natuurlijk is het niet langer zo dat papier de hoofdrol speelt in de consumptie van magazines, kranten en huis-aan-huisbladen. Bij magazines is het aandeel ‘print only’ het hoogst met 49% in 2025. Dit percentage stijgt jaarlijks van 33% in 2023 en 37% in 2024. In 2025 zegt 49% een papieren tijdschrift te verkiezen boven een digitale variant (45%). En dat is een signaal dat de consumptie van het papieren magazine herleeft. Bij de landelijke dagbladen is het aandeel print only ook licht aan het stijgen van 21% in 2023 naar 26% in 2025. Toch is dit aandeel veel kleiner dan de percentages digital only. Bij de regionale kranten is dit aandeel print only in 2025 het kleinst met 22%, gedaald met 5% ten opzicht van 2023. Als we kijken naar digital only dan is het aandeel bij de regionale kranten het hoogst (73% in 2025). Natuurlijk is er ook een overlap. Vooral bij de kranten speelt dit een rol (13%).
Nederland ontleest
Het Nationaal Media Onderzoek geeft in het rapport geen onderscheid tussen de mediaconsumptie lezen en leeftijd. Uit voorgaande rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Rapport Trends in Media: Tijd) was al wel een ontlezing van jongere doelgroepen te zien. Daarbij is de leestijd per dag van bijna alle doelgroepen gedaald. Bij jongeren van 13-19 jaar ging de leestijd tussen 2013 en 2018 met de helft achteruit, van 22 minuten per dag naar 11 minuten per dag. De leeftijdsgroep van 20-34 jaar zakte in dezelfde 5 jaar van 15 naar 12 leesminuten per dag. De leeftijdcategorie van 35-49 jaar ging van 25 naar 20 minuten. De groep 50 tot 64 jaar zakte van 56 naar 40 leesminuten per dag. Alleen de 65+’ers bleven redelijk stabiel tussen 2013 en 2028 met respectievelijk 83 naar 81 leesminuten. Overigens gaf het rapport van het SCP aan dat ontlezing al wordt waargenomen sinds de jaren 60 van de vorige eeuw.
Hoe ouder de Nederlanders, hoe meer ze lezen
Additionele cijfers van de Magazine Media Associatie geven wel een inzicht in de manier waarop Nederlanders lezen. De focus ligt hier op de consumptie van dagbladen en magazines. In de grafiek hierboven zie je het maandbereik (in percentages) van landelijke dagbladen, regionale dagbladen en magazines voor zowel print als digitaal (via web of app) in kaart gebracht. Opvallend conclusies zijn de volgende:
- Hoe hoger de leeftijd, hoe meer er gelezen wordt in kranten en tijdschriften.
- Kranten op papier bereiken nauwelijks doelgroepen onder de 65 jaar.
- Online nieuwsconsumptie is veel groter dan in print. Dat geldt zeker voor de kranten, maar de verschillen bij magazines zijn kleiner.
- Digitaal lezen vormt inmiddels een uiterst belangrijk deel van ons mediagedrag. 78% van de Nederlanders 13 jaar en ouder lezen maandelijks landelijke dagbladen, regionale dagbladen en/of magazines online.
- Voor landelijke dagbladen en regionale dagbladen geldt dat het online bereik in alle doelgroepen hoger is dan het print bereik. Wel wordt er door de oudere doelgroepen veel meer kranten van papier gelezen. Bij de leeftijd 65+ leest ongeveer een derde de krant nog van papier.
- Bij het lezen van tijdschriften zien we een ander beeld. Ongeveer 1 op 3 (35%) van jongeren tussen 13 en 19 jaar leest magazines van papier. Dit is juist hoger
dan het percentage online lezen binnen deze groep. Het vermoeden is dat tijdschriften voor kinderen worden ingezet door ouders om ‘schermtijd’ te beperken. Bij de 20 tot 34-jarigen is het lezen van magazinemerken op papier of online nagenoeg gelijk. Alleen bij de 35 tot 49-jarigen is het online lezen van magazinemerken populairder dan print.














